Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to flout
01
negeren, trotseren
to openly ignore or disobey something, showing disrespect by not following rules or standards
Transitive: to flout rules or standards
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
flout
3e persoon enkelvoud
flouts
onvoltooid deelwoord
flouting
onvoltooid verleden tijd
flouted
voltooid deelwoord
flouted
Voorbeelden
The company 's decision to flout ethical standards led to public criticism.
Het besluit van het bedrijf om ethische normen te negeren leidde tot publieke kritiek.
02
openlijk bespotten, hoon
to openly mock or ridicule someone or something with disdain or contempt
Intransitive: to flout at sb/sth
Old use
Voorbeelden
She flouted at the suggestion, rolling her eyes in disbelief.
Ze bespotte het voorstel, terwijl ze haar ogen ongelovig draaide.
Lexicale Boom
flouter
flout



























