Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to finish off
[phrase form: finish]
01
afmaken, voltooien
to complete or finalize something, especially in a successful or satisfying manner
Voorbeelden
They were able to finish off the project ahead of the deadline.
Ze slaagden erin het project voor de deadline af te ronden.
02
afmaken, voltooien
to completely exhaust or defeat someone or something, causing them to give up or fail
Voorbeelden
The intense competition between the two companies eventually led to one company finishing the other off.
De intense concurrentie tussen de twee bedrijven leidde uiteindelijk tot het feit dat het ene bedrijf het andere afmaakte.



























