fidget
fi
ˈfɪ
fi
dget
ʤɪt
jit
/fˈɪd‍ʒɪt/

Definitie en betekenis van "fidget"in het Engels

to fidget
01

friemelen, onrustig bewegen

to make small, restless movements or gestures due to nervousness or impatience
Intransitive
to fidget definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
fidget
3e persoon enkelvoud
fidgets
onvoltooid deelwoord
fidgeting
onvoltooid verleden tijd
fidgeted
voltooid deelwoord
fidgeted
Voorbeelden
He always fidgets with his phone when he's waiting for someone to reply to his message.
Hij friemelt altijd met zijn telefoon wanneer hij wacht tot iemand zijn bericht beantwoordt.
01

zenuwachtige beweging, onrust

a small, restless movement or series of movements expressing nervousness, impatience, or agitation
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
fidgets
Voorbeelden
His fidget revealed how anxious he was about the interview.
Zijn onrust onthulde hoe bezorgd hij was over het interview.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store