to extrapolate
ext
ɛkst
ekst
ra
ˈræ
po
late
ˌleɪt
leit

Definitie en betekenis van "extrapolate"in het Engels

to extrapolate
01

extrapoleren, projecteren

to estimate something using past experiences or known data 
Transitive: to extrapolate an outcome
to extrapolate definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
extrapolate
3e persoon enkelvoud
extrapolates
onvoltooid deelwoord
extrapolating
onvoltooid verleden tijd
extrapolated
voltooid deelwoord
extrapolated
Voorbeelden
We can extrapolate future trends in technology based on the rapid advancements in recent years. 

We kunnen toekomstige trends in technologie extrapoleren op basis van de snelle vooruitgang van de afgelopen jaren.

02

extrapoleren, afleiden

to use existing yet insufficient data to make guesses about things that have not yet been observed 
Transitive: to extrapolate sth
Voorbeelden
She extrapolated the character’s backstory from hints in the novel. 

Ze extrapoleerde de achtergrond van het personage uit aanwijzingen in de roman.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store