Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to expect
01
verwachten, voorzien
to think or believe that it is possible for something to happen or for someone to do something
Transitive: to expect sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
expect
3e persoon enkelvoud
expects
onvoltooid deelwoord
expecting
onvoltooid verleden tijd
expected
voltooid deelwoord
expected
Voorbeelden
The weather forecast led us to expect rain this weekend.
Het weerbericht deed ons regen verwachten dit weekend.
02
een baby verwachten, zwanger zijn
to be pregnant and awaiting the birth of a child
Intransitive
Transitive: to expect one's child
Voorbeelden
She just announced she's expecting in May.
Ze heeft net aangekondigd dat ze in mei een baby verwacht.
03
eisen, verwachten
to demand that someone fulfills a duty
Ditransitive: to expect sb to do sth
Voorbeelden
The teacher expects students to complete their homework on time.
De leraar verwacht dat de leerlingen hun huiswerk op tijd afmaken.
04
verwachten, rekenen op
to think about or wait for something or someone that is likely to happen or arrive soon
Transitive: to expect sb/sth
Voorbeelden
She’s expecting a call from her friend any moment now.
Ze verwacht elk moment een telefoontje van haar vriend.
05
verwachten, eisen
to view something as necessary or deserved based on the situation
Transitive: to expect a behavior or treatment
Voorbeelden
The manager expects professionalism from all employees during meetings.
De manager verwacht professionaliteit van alle werknemers tijdens vergaderingen.
Lexicale Boom
expectable
expectancy
expectant
expect



























