Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to expect
01
verwachten, voorzien
to think or believe that it is possible for something to happen or for someone to do something
Transitive: to expect sth
Voorbeelden
She did n't expect such a warm reception at the event.
Ze had niet verwacht zo'n warm welkom te krijgen op het evenement.
02
een baby verwachten, zwanger zijn
to be pregnant and awaiting the birth of a child
Intransitive
Transitive: to expect one's child
Voorbeelden
She 's expecting twins and ca n't wait to meet them.
Ze verwacht een tweeling en kan niet wachten om ze te ontmoeten.
03
eisen, verwachten
to demand that someone fulfills a duty
Ditransitive: to expect sb to do sth
Voorbeelden
Parents often expect their children to help with household chores.
Ouders verwachten vaak dat hun kinderen helpen met huishoudelijke taken.
04
verwachten, rekenen op
to think about or wait for something or someone that is likely to happen or arrive soon
Transitive: to expect sb/sth
Voorbeelden
We ’re expecting a visit from relatives this weekend.
We verwachten dit weekend een bezoek van familieleden.
05
verwachten, eisen
to view something as necessary or deserved based on the situation
Transitive: to expect a behavior or treatment
Voorbeelden
Customers expect quality service when they pay a premium price.
Klanten verwachten kwaliteitsservice wanneer ze een premiumprijs betalen.
Lexicale Boom
expectable
expectancy
expectant
expect



























