Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Entrance
01
ingang, toegang
an opening like a door, gate, or passage that we can use to enter a building, room, etc.
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
entrances
Voorbeelden
Please wait for me at the entrance of the museum.
Wacht alsjeblieft op mij bij de ingang van het museum.
02
ingang, toegang
a movement into or inward
Voorbeelden
The sudden entrance of guests caught everyone by surprise.
De plotselinge komst van de gasten verraste iedereen.
04
toegang, entree
the right granted to someone to enter a place or event
Voorbeelden
The museum offers free entrance on Sundays.
Het museum biedt op zondag gratis toegang aan.
to entrance
01
betoveren, boeien
to attract someone completely, making them deeply interested
Transitive: to entrance sb
Voorbeelden
The captivating beauty of the artwork entranced visitors to the museum.
De boeiende schoonheid van het kunstwerk betoverde de museumbezoekers.
02
betoveren, beheksen
to captivate or enchant someone by casting a magical spell
Transitive: to entrance sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
entrance
3e persoon enkelvoud
entrances
onvoltooid deelwoord
entrancing
onvoltooid verleden tijd
entranced
voltooid deelwoord
entranced
Voorbeelden
The magician used a spell to entrance the audience, leaving them spellbound.
De goochelaar gebruikte een spreuk om het publiek te betoveren, waardoor ze betoverd achterbleven.
Lexicale Boom
entrance
enter



























