to employ
Pronunciation
/ɪmˈplɔɪ/

Definitie en betekenis van "employ"in het Engels

to employ
01

in dienst nemen, aanwerven

to give work to someone and pay them
Transitive: to employ sb
to employ definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
employ
3e persoon enkelvoud
employs
onvoltooid deelwoord
employing
onvoltooid verleden tijd
employed
voltooid deelwoord
employed
Voorbeelden
The construction company needs to employ more workers.
Het bouwbedrijf moet meer werknemers in dienst nemen.
02

gebruiken, inzetten

to make use of something for a particular purpose
Transitive: to employ sth
Voorbeelden
He employed his negotiation skills to finalize the deal successfully.
Hij gebruikte zijn onderhandelingsvaardigheden om de deal succesvol af te ronden.
01

werkgelegenheid, baan

the state of being employed or having a job
employ definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
meervoudsvorm
employs
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store