Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to amass
01
verzamelen, ophopen
to gather a large amount of money, knowledge, etc. gradually
Transitive: to amass sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
amass
3e persoon enkelvoud
amasses
onvoltooid deelwoord
amassing
onvoltooid verleden tijd
amassed
voltooid deelwoord
amassed
Voorbeelden
Through years of hard work and dedication, she was able to amass a considerable fortune in real estate investments.
Door jaren van hard werken en toewijding kon ze een aanzienlijk vermogen verzamelen in vastgoedinvesteringen.
02
verzamelen, ophopen
to gather or come together into one group or place
Intransitive
Voorbeelden
Fans began to amass outside the stadium before the concert.
Fans begonnen zich voor het concert buiten het stadion te verzamelen.



























