Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to economize
/iˈkɑnəˌmaɪz/, /ɪˈkɑnəˌmaɪz/
economise
to economize
01
bezuinigen, besparen
to use less money, time, or other resources
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
economize
3e persoon enkelvoud
economizes
onvoltooid deelwoord
economizing
onvoltooid verleden tijd
economized
voltooid deelwoord
economized
Voorbeelden
He had to economize after his unexpected car repair costs drained his savings.
Hij moest bezuinigen nadat de onverwachte kosten voor de autoreparatie zijn spaargeld hadden uitgeput.
Lexicale Boom
economizer
economize
economy



























