Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
afgieten, leegmaken
Nadat hij de pasta had gekookt, moest hij het water afgieten voordat hij serveerde.
uitputten, leegmaken
De aanhoudende droogte leegde de waterreservoirs.
uitputten, leegzuigen
De lange uren op het werk en de constante stress putten hem uit van zijn fysieke en mentale kracht.
afvoer, goot
De loodgieter maakte de afvoer in de gootsteen vrij, waardoor het water weer vrij kon stromen.
afvoer, riolering
De stad heeft een nieuwe afvoer geïnstalleerd om overstromingen te voorkomen.
afvoer, drainage
De afvoer van de vijver duurde enkele uren.
uitputting, afvoer
De lange vergadering was een drain op haar energie.
drain, drainagebuis
Na de operatie hielp een drain bij het verwijderen van overtollig vocht uit de incisie.
Lexicale Boom



























