to domesticate
do
mes
ˈmɛs
mes
ti
ti
cate
keɪt
keit

Definitie en betekenis van "domesticate"in het Engels

to domesticate
01

domesticeren, temmen

to change wild animals or plants for human use or cultivation 
Transitive: to domesticate a wild animal or plant
to domesticate definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
domesticate
3e persoon enkelvoud
domesticates
onvoltooid deelwoord
domesticating
onvoltooid verleden tijd
domesticated
voltooid deelwoord
domesticated
Voorbeelden
Farmers have domesticated pigs, selecting traits for docility and suitability for farming. 

Boeren hebben varkens gedomesticeerd, waarbij ze eigenschappen selecteerden voor dociliteit en geschiktheid voor de landbouw.

02

temmen, huishoudelijke taken aanleren

to encourage someone to enjoy and become skilled in managing household responsibilities and activities 
Transitive: to domesticate sb
Voorbeelden
She tried to domesticate her partner by teaching him how to cook and clean. 

Ze probeerde haar partner te temmen door hem te leren koken en schoonmaken.

03

domesticeren, aanpassen

adapt (a wild plant or unclaimed land) to the environment 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store