Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to distrust
01
wantrouwen, niet vertrouwen
to have no trust in someone or something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
distrust
3e persoon enkelvoud
distrusts
onvoltooid deelwoord
distrusting
onvoltooid verleden tijd
distrusted
voltooid deelwoord
distrusted
Voorbeelden
He distrusted the company's claims about the product's effectiveness without evidence.
Hij vertrouwde de claims van het bedrijf over de effectiviteit van het product niet zonder bewijs.
Distrust
01
wantrouwen, argwaan
a lack of belief or confidence in the truth or honesty of something or someone
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
Voorbeelden
The company 's past mistakes caused widespread distrust among customers.
De fouten uit het verleden van het bedrijf veroorzaakten wijdverbreid wantrouwen onder klanten.
02
wantrouwen, argwaan
the trait of not trusting others
Lexicale Boom
distrust
trust



























