Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
all together
01
allemaal samen, samen
with everyone or everything gathered in one place or acting at the same time
grammaticale informatie
Voorbeelden
They arrived all together in a single car.
Ze kwamen allemaal samen in één auto aan.
02
allemaal samen, in totaal
with everything or everyone considered as a single unit
Voorbeelden
We have thirty volunteers all together.
We hebben dertig vrijwilligers allemaal samen.



























