Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Designer
01
ontwerper, designer
someone whose job is to plan and draw how something will look or work before it is made, such as furniture, tools, etc.
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
designers
Voorbeelden
As a graphic designer, he creates logos for businesses.
Als grafisch ontwerper maakt hij logo's voor bedrijven.
02
architect, ontwerper
someone who creates architectural plans or layouts for buildings or structures
Voorbeelden
The designer drafted plans for the new library.
De ontwerper maakte de plannen voor de nieuwe bibliotheek.
03
ontwerper, modeontwerper
a person who designs clothes as a job
Voorbeelden
He aspired to become a famous designer and enrolled in a prestigious fashion school.
Hij streefde ernaar een beroemde ontwerper te worden en schreef zich in bij een prestigieuze modeschool.
04
ontwerper, grafisch ontwerper
a specialist in graphic design
Voorbeelden
The designer created logos for several companies.
De ontwerper maakte logo's voor meerdere bedrijven.
05
intrigant, samenzweerder
a person who devises schemes, plots, or intrigues
Voorbeelden
The novelist portrayed a designer plotting behind the scenes.
De romanschrijver portretteerde een samenzweerder die achter de schermen intrigeerde.
designer
01
designer, hoogwaardig
made with sophistication and style by a renowned fashion designer, often indicating high-end craftsmanship and unique, stylish details
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
She wore a designer dress to the gala, turning heads with its elegance.
Ze droeg een designerjurk naar het gala en trok alle aandacht met haar elegantie.
Lexicale Boom
designer
design



























