Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to demoralize
01
demoraliseren, ontmoedigen
to make someone feel sad or less hopeful by weakening their confidence, mood, etc.
Transitive: to demoralize sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
demoralize
3e persoon enkelvoud
demoralizes
onvoltooid deelwoord
demoralizing
onvoltooid verleden tijd
demoralized
voltooid deelwoord
demoralized
Voorbeelden
The harsh criticism from her classmates demoralized her during the presentation.
De harde kritiek van haar klasgenoten demoraliseerde haar tijdens de presentatie.
02
demoraliseren, het moreel ondermijnen
to undermine or weaken someone's moral principles
Transitive: to demoralize sb
Voorbeelden
The exposure to violent video games at a young age can demoralize children.
Blootstelling aan gewelddadige videogames op jonge leeftijd kan kinderen demoraliseren.
03
demoraliseren, ontregelen
to disrupt the normal functioning or order of someone or something
Transitive: to demoralize sb/sth
Voorbeelden
The power outage demoralized the manufacturing plant, causing production delays and financial losses.
De stroomuitval demoraliseerde de fabriek, wat leidde tot productievertragingen en financiële verliezen.
Lexicale Boom
demoralized
demoralizing
demoralize
moralize
moral



























