dawdle
da
ˈdɔ
daw
wdle
ədl
ēdl
/dˈɔːdə‍l/

Definitie en betekenis van "dawdle"in het Engels

to dawdle
01

treuzelen, tijd verspillen

to waste time when one should be acting with purpose
Voorbeelden
She dawdled by the window, lost in thought.
Ze talmde bij het raam, verdiept in haar gedachten.
02

drentelen, slenteren

to walk slowly and without energy
Voorbeelden
The dog dawdled behind, sniffing every tree.
De hond traineerde achteraan, aan elke boom snuffelend.
03

treuzelen, tijd verdoen

to waste time on something in a slow, ineffective, or unproductive way
Voorbeelden
They dawdled the morning cleaning one shelf.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store