Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to dawdle
01
treuzelen, tijd verspillen
to waste time when one should be acting with purpose
Voorbeelden
She dawdled by the window, lost in thought.
Ze talmde bij het raam, verdiept in haar gedachten.
02
drentelen, slenteren
to walk slowly and without energy
Voorbeelden
The dog dawdled behind, sniffing every tree.
De hond traineerde achteraan, aan elke boom snuffelend.
03
treuzelen, tijd verdoen
to waste time on something in a slow, ineffective, or unproductive way
Voorbeelden
They dawdled the morning cleaning one shelf.
Lexicale Boom
dawdler
dawdling
dawdle



























