to dawdle
da
ˈdɔ:
daw
wdle
ədl
ēdl
dandle

Definitie en betekenis van "dawdle"in het Engels

to dawdle
01

treuzelen, tijd verspillen

to waste time when one should be acting with purpose 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
dawdle
3e persoon enkelvoud
dawdles
onvoltooid deelwoord
dawdling
onvoltooid verleden tijd
dawdled
voltooid deelwoord
dawdled
Voorbeelden
He dawdled in the kitchen long after breakfast was over. 

Hij talmde in de keuken lang nadat het ontbijt voorbij was.

02

drentelen, slenteren

to walk slowly and without energy 
Voorbeelden
He dawdled down the hallway, dragging his feet. 

Hij drentelde door de gang, zijn voeten slepend.

03

treuzelen, tijd verdoen

to waste time on something in a slow, ineffective, or unproductive way 
Voorbeelden
She dawdled the afternoon away on unfinished sketches. 

Ze verdaagde de middag met onafgemaakte schetsen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store