Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to dash off
01
er vandoor gaan, snel vertrekken
to quickly leave a place
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
dash
tegenwoordige tijd
dash off
3e persoon enkelvoud
dashes off
onvoltooid deelwoord
dashing off
onvoltooid verleden tijd
dashed off
voltooid deelwoord
dashed off
Voorbeelden
Upon hearing the news, she had to dash off from the gathering to deal with a personal matter.
Toen ze het nieuws hoorde, moest ze haastig vertrekken van de bijeenkomst om een persoonlijke kwestie aan te pakken.
02
snel opschrijven, vlug noteren
to quickly write something down
Transitive: to dash off sth
Voorbeelden
With the deadline approaching, the journalist had to dash off an article without the usual thorough research.
Met de deadline in zicht moest de journalist een artikel snel schrijven zonder het gebruikelijke grondige onderzoek.



























