Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to count on
[phrase form: count]
01
rekenen op, vertrouwen op
to put trust in something or someone
Transitive: to count on sb/sth
Ditransitive: to count on sb/sth to do sth
Voorbeelden
Employees count on the stability of their jobs to meet their financial needs.
Werknemers rekenen op de stabiliteit van hun banen om in hun financiële behoeften te voorzien.



























