Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to count down
01
aftellen, de aftelling doen
to mark the decreasing time or numerical progression leading to a specific event, deadline, or moment of significance
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
down
basiswerkwoord
count
tegenwoordige tijd
count down
3e persoon enkelvoud
counts down
onvoltooid deelwoord
counting down
onvoltooid verleden tijd
counted down
voltooid deelwoord
counted down
Voorbeelden
Students started to count down the days until the end of the school year.
De studenten begonnen de dagen tot het einde van het schooljaar af te tellen.
02
aftellen, de aftelling doen
to await a precisely timed expected event, often with anticipation or excitement
Voorbeelden
The students started to count down the days until the long-awaited field trip.
De studenten begonnen de dagen af te tellen tot de langverwachte excursie.



























