confident
con
ˈkɑn
kaan
fi
fi
dent
dənt
dēnt
British pronunciation
/ˈkɒnfɪdənt/

Definitie en betekenis van "confident"in het Engels

01

zelfverzekerd, vol vertrouwen

having a strong belief in one's abilities or qualities
confident definition and meaning
example
Voorbeelden
She 's a confident speaker, never nervous in front of a crowd.
Ze is een zelfverzekerde spreker, nooit zenuwachtig voor een menigte.
02

zelfverzekerd, betrouwbaar

not liable to error in judgment or action
03

zelfverzekerd, overtuigd

having a strong belief that something is true or will happen
example
Voorbeelden
The scientist was confident that his theory was correct.
De wetenschapper was zeker dat zijn theorie correct was.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

stars

app store