Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to agitate
01
irriteren, opwinden
to make someone feel annoyed, anxious, or angry
Transitive: to agitate sb
Voorbeelden
The constant noise from the construction site agitated the residents.
Het constante lawaai van de bouwplaats heeft de bewoners geagiteerd.
02
agiteren, campagne voeren
to organize or promote efforts to raise public awareness and concern about an issue
Intransitive: to agitate for a cause
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
agitate
3e persoon enkelvoud
agitates
onvoltooid deelwoord
agitating
onvoltooid verleden tijd
agitated
voltooid deelwoord
agitated
Voorbeelden
The activists agitated for stronger environmental protection laws.
De activisten agiteerden voor strengere milieubeschermingswetten.
03
schudden, roeren
to shake or move something quickly and energetically
Transitive: to agitate sth
Voorbeelden
She agitated the jar to mix the ingredients thoroughly.
Ze schudde de pot om de ingrediënten grondig te mengen.
04
roeren, schudden
to move something in a quick, uneven, or forceful manner
Transitive: to agitate sth
Voorbeelden
The strong winds agitated the water, making the waves crash violently.
De sterke winden bewogen het water, waardoor de golven hevig braken.



























