Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to come apart
[phrase form: come]
01
uit elkaar vallen, demonteren
to disassemble or break into separate pieces
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
apart
basiswerkwoord
come
tegenwoordige tijd
come apart
3e persoon enkelvoud
comes apart
onvoltooid deelwoord
coming apart
onvoltooid verleden tijd
came apart
voltooid deelwoord
come apart
Voorbeelden
The necklace clasp came apart, causing the beads to scatter everywhere.
De sluiting van de ketting ging los, waardoor de kralen overal verspreid raakten.
02
uiteenvallen, instorten
to experience an emotional or mental breakdown
Intransitive
Voorbeelden
The pressure of exams and deadlines made the students come apart under the strain.
De druk van examens en deadlines zorgde ervoor dat de studenten uiteenvielen onder de spanning.



























