Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
cross-border
01
grensoverschrijdend, grensoverschrijdend
happening between two countries, involving movement, trade, or activity across national borders
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
Authorities stopped a cross-border smuggling operation.
De autoriteiten stopten een grensoverschrijdende smokkeloperatie.



























