klap
klap
klæp
klāp
/klˈap/

Definitie en betekenis van "klap"in het Engels

to klap
01

slaan, meppen

(South African) to strike, hit, or smack someone or something
Slang
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
klap
3e persoon enkelvoud
klaps
onvoltooid deelwoord
klapping
onvoltooid verleden tijd
klapped
voltooid deelwoord
klapped
Voorbeelden
Do n't klap your brother like that!
Klap je broer niet zo!
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store