Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to rock out
01
rocken, uitgaan op rockmuziek
to enjoy, play, or party to rock music, punk, grunge, or heavy metal
slang
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
rock
tegenwoordige tijd
rock out
3e persoon enkelvoud
rocks out
onvoltooid deelwoord
rocking out
onvoltooid verleden tijd
rocked out
voltooid deelwoord
rocked out
Voorbeelden
They love to rock out in their garage every weekend.
Ze houden ervan om elk weekend in hun garage uit hun dak te gaan.



























