to boss up
Pronunciation
/bˈɔs ˈʌp/

Definitie en betekenis van "boss up"in het Engels

to boss up
01

de controle overnemen, met vertrouwen en autoriteit handelen

to take charge of one's life or situation, often improving it with confidence and authority
slang
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
boss
tegenwoordige tijd
boss up
3e persoon enkelvoud
bosses up
onvoltooid deelwoord
bossing up
onvoltooid verleden tijd
bossed up
voltooid deelwoord
bossed up
Voorbeelden
They bossed up after moving to the new city.
Ze namen de leiding nadat ze naar de nieuwe stad waren verhuisd.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store