Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to screw around
01
zoenen en vrijen, friemelen
to make out or engage in sexual activity without full intercourse
slang
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
around
basiswerkwoord
screw
tegenwoordige tijd
screw around
3e persoon enkelvoud
screws around
onvoltooid deelwoord
screwing around
onvoltooid verleden tijd
screwed around
voltooid deelwoord
screwed around
Voorbeelden
They screw around at parties sometimes.
Ze zoenen soms op feestjes.
02
tijd verdoen, lummelen
to waste time, dawdle, or play idly
Voorbeelden
Stop screwing around and finish your homework.
Stop met tijd verspillen en maak je huiswerk af.
03
met iedereen naar bed gaan, avonturen beleven
to have casual sex with multiple people
Voorbeelden
He screws around every weekend.
Hij neukt erop los elk weekend.



























