Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to chunk
01
in stukken snijden, in dikke stukken verdelen
to divide something into thick pieces
Transitive: to chunk sth
Voorbeelden
The chef decided to chunk the vegetables for the stew to ensure even cooking.
De chef-kok besloot de groenten voor de stoofpot in stukken te snijden om een gelijkmatige gaarheid te garanderen.
02
groeperen, opdelen
to organize or group related items into manageable units for easier storage, processing, or understanding
Transitive: to chunk related items
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
chunk
3e persoon enkelvoud
chunks
onvoltooid deelwoord
chunking
onvoltooid verleden tijd
chunked
voltooid deelwoord
chunked
Voorbeelden
When studying vocabulary, it's helpful to chunk related words together based on their meaning or usage.
Bij het bestuderen van woordenschat is het nuttig om gerelateerde woorden te groeperen op basis van hun betekenis of gebruik.
01
brok, klomp
a compact mass
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
chunks
02
stuk, portie
a substantial amount
Lexicale Boom
chunking
chunk



























