to cheat on
cheat
ʧi:t
chit
on
ɒn
on

Definitie en betekenis van "cheat on"in het Engels

to cheat on
01

bedriegen

to have a secret romantic or sexual relationship with someone other than one's own partner 
to cheat on definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
on
basiswerkwoord
cheat
tegenwoordige tijd
cheat on
3e persoon enkelvoud
cheats on
onvoltooid deelwoord
cheating on
onvoltooid verleden tijd
cheated on
voltooid deelwoord
cheated on
Voorbeelden
She discovered that her partner had cheated on her with a co-worker. 

Ze ontdekte dat haar partner haar bedrogen had met een collega.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store