to chasten
chast
ˈʧeɪs
cheis
en
ən
ēn
caissonhastenmasonjason

Definitie en betekenis van "chasten"in het Engels

to chasten
01

tuchtigen, temperen

to make someone or something better or more reasonable by limiting excess or moderating behavior 
Transitive: to chasten a behaviour
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
chasten
3e persoon enkelvoud
chastens
onvoltooid deelwoord
chastening
onvoltooid verleden tijd
chastened
voltooid deelwoord
chastened
Voorbeelden
The loss served to chasten his overconfidence. 

Het verlies diende om zijn overmoed te temmen.

02

tuchtigen, disciplineren

to improve behavior by imposing punishment or strict discipline 
Transitive: to chasten sb
Voorbeelden
The teacher hoped detention would chasten the disruptive student. 

De leraar hoopte dat nablijven de storende leerling zou tuchtigen.

03

berispen, vermanen

to strongly criticize or rebuke someone for their actions 
Transitive: to chasten sb
Voorbeelden
The editor chastened the reporter for factual errors. 

De redacteur berispte de verslaggever voor feitelijke fouten.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store