brick
brick
brɪk
brik
/bɹˈɪk/

Definitie en betekenis van "brick"in het Engels

01

baksteen, steen

a block of baked clay, mostly used to build houses, walls, etc.
brick definition and meaning
Voorbeelden
The old building was made of weathered bricks, showing its age.
Het oude gebouw was gemaakt van verweerde bakstenen, wat zijn leeftijd liet zien.
02

een betrouwbaar persoon, een steunpilaar

a dependable and trustworthy person, often helpful to others
Voorbeelden
You can count on him — he 's a brick.
Je kunt op hem rekenen—hij is een rots in de branding.
to brick
01

bricken, onbruikbaar maken

to render a device completely unusable, often due to bad updates, mods, or failed hacks
Slang
Voorbeelden
He accidentally bricked his console while modding it.
Hij heeft per ongeluk zijn console gebrickt tijdens het modden.
01

ijskoud, Siberisch

(New York) extremely cold or freezing, usually describing the weather
Slang
Voorbeelden
I do n't want to go out; it's brick out there!
Ik wil niet naar buiten; het is brick buiten!
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store