to practise
Pronunciation
/ˈpɹæktɪs/

Definitie en betekenis van "practise"in het Engels

to practise
01

oefenen, trainen

to do something again and again in order to get better at it
Dialectbritish flagBritish
practiceamerican flagAmerican
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
practise
3e persoon enkelvoud
practises
onvoltooid deelwoord
practising
onvoltooid verleden tijd
practised
voltooid deelwoord
practised
Voorbeelden
She practises speaking English with her friend.
Ze oefent Engels spreken met haar vriend.
02

oefenen, toepassen

to carry out or apply a particular method or activity, especially as a regular or established routine
Dialectbritish flagBritish
practiceamerican flagAmerican
Voorbeelden
The community practises traditional cooking methods.
De gemeenschap oefent traditionele kookmethoden.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store