Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to practise
01
oefenen, trainen
to do something again and again in order to get better at it
Dialect
British
Voorbeelden
She practises speaking English with her friend.
Ze oefent Engels spreken met haar vriend.
02
oefenen, toepassen
to carry out or apply a particular method or activity, especially as a regular or established routine
Dialect
British
Voorbeelden
The community practises traditional cooking methods.
De gemeenschap oefent traditionele kookmethoden.



























