Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to teem with
[phrase form: teem]
01
wemelen van, vol zijn van
to be filled with a lot of something, indicating a lively and busy atmosphere
Transitive: to teem with sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
with
basiswerkwoord
teem
tegenwoordige tijd
teem with
3e persoon enkelvoud
teems with
onvoltooid deelwoord
teeming with
onvoltooid verleden tijd
teemed with
voltooid deelwoord
teemed with
Voorbeelden
As the concert began, the auditorium teemed with excited fans eagerly awaiting the performance.
Toen het concert begon, wemelde het auditorium van opgewonden fans die reikhalzend uitkeken naar de optreden.



























