Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
okey-dokey
/ˈoʊkiˈdoʊki/
/ˈəʊkidˈəʊki/
okey-dokey
01
oké, goed
used to show agreement, approval, etc.
Voorbeelden
" Okey-dokey, " the children chorused in response to their teacher's instructions.
Okey-dokey, antwoordden de kinderen in koor op de instructies van hun leraar.
02
Oké, OK
used to get attention or emphasize the statement about to be said, in a casual and informal manner
Voorbeelden
Okey-dokey, everyone! Gather around; I have something important to discuss.
Okey-dokey, iedereen! Kom erbij; ik heb iets belangrijks te bespreken.
okey-dokey
01
alles goed, perfect
used to convey that everything is good, going well, in order, etc.
Voorbeelden
Do n't worry, everything's okey-dokey in my world right now.
Maak je geen zorgen, alles is okey-dokey in mijn wereld nu.



























