Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to turn against
[phrase form: turn]
01
zich tegen iets/iemand keren, vijandig worden tegenover
to develop opposition or hostility toward something or someone once supported or favored
Transitive: to turn against sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
against
basiswerkwoord
turn
tegenwoordige tijd
turn against
3e persoon enkelvoud
turns against
onvoltooid deelwoord
turning against
onvoltooid verleden tijd
turned against
voltooid deelwoord
turned against
Voorbeelden
Supporters turned against the charity organization when financial mismanagement was exposed.
Ondersteuners keerden zich tegen de liefdadigheidsorganisatie toen financieel wanbeheer aan het licht kwam.
02
tegen iemand keren, tegen iemand opzetten
to make it so that the partnership, relationship, or others' perception toward a person or group is damaged or terminated
Ditransitive: to turn against sb sb/sth
Voorbeelden
The attorney turned the jury against the defendant with a compelling case.
De advocaat keerde de jury tegen de verdachte met een overtuigende zaak.



























