Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to turn against
01
zich tegen iets/iemand keren, vijandig worden tegenover
to develop opposition or hostility toward something or someone once supported or favored
Transitive: to turn against sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
against
basiswerkwoord
turn
tegenwoordige tijd
turn against
3e persoon enkelvoud
turns against
onvoltooid deelwoord
turning against
onvoltooid verleden tijd
turned against
voltooid deelwoord
turned against
Voorbeelden
He turned against the company's leadership when decisions started affecting job security.
Hij keerde zich tegen het leiderschap van het bedrijf toen beslissingen de baanzekerheid begonnen te beïnvloeden.
02
tegen iemand keren, tegen iemand opzetten
to make it so that the partnership, relationship, or others' perception toward a person or group is damaged or terminated
Ditransitive: to turn against sb sb/sth
Voorbeelden
She turned her supporters against the political party with her public criticism.
Ze heeft haar aanhangers tegen de politieke partij opgezet met haar openbare kritiek.



























