Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to go on to
[phrase form: go]
01
verder gaan met, doorgaan naar
to move from one item or topic to the next in a sequence or discussion
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
on to
basiswerkwoord
go
tegenwoordige tijd
go on to
3e persoon enkelvoud
goes on to
onvoltooid deelwoord
going on to
onvoltooid verleden tijd
went on to
voltooid deelwoord
gone on to
Voorbeelden
Let's go on to the next chapter of the book.
Laten we doorgaan naar het volgende hoofdstuk van het boek.
02
doorgaan naar, verder reizen naar
to travel to a specific location after being somewhere else
Voorbeelden
The road trip started in California and went on to Nevada.
De roadtrip begon in Californië en ging door naar Nevada.



























