Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to come at
01
afgaan op, aanvallen
to suddenly move toward someone to threaten them or physically attack them
Transitive: to come at sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
at
basiswerkwoord
come
tegenwoordige tijd
come at
3e persoon enkelvoud
comes at
onvoltooid deelwoord
coming at
onvoltooid verleden tijd
came at
voltooid deelwoord
come at
Voorbeelden
The angry dog started growling and came at me, barking fiercely.
De boze hond begon te grommen en viel me aan, terwijl hij fel blafte.
02
bereiken, halen
to manage to achieve something, particularly after a while or with great difficulty
Transitive: to come at a goal
Voorbeelden
After a long hike, we finally came at the top of the mountain and enjoyed the breathtaking view.
Na een lange wandeling bereikten we eindelijk de top van de berg en genoten van het adembenemende uitzicht.



























