Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to lie ahead
01
voor ons liggen, in de toekomst liggen
to be planned or expected to happen in the future
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ahead
basiswerkwoord
lie
tegenwoordige tijd
lie ahead
3e persoon enkelvoud
lies ahead
onvoltooid deelwoord
lying ahead
onvoltooid verleden tijd
lay ahead
voltooid deelwoord
lain ahead
Voorbeelden
We don't know what lies ahead, but we are hopeful and excited to embrace the unknown.
We weten niet wat ons te wachten staat, maar we zijn hoopvol en opgewonden om het onbekende te omarmen.
02
voor ons liggen, zich voor ons bevinden
to be situated or located in front of someone or something
Voorbeelden
As we hiked through the forest, a wide river lay ahead, its waters glistening in the sunlight.
Terwijl we door het bos wandelden, lag er een brede rivier voor ons, het water glinsterde in het zonlicht.



























