Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to lie ahead
[phrase form: lie]
01
voor ons liggen, in de toekomst liggen
to be planned or expected to happen in the future
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
ahead
basiswerkwoord
lie
tegenwoordige tijd
lie ahead
3e persoon enkelvoud
lies ahead
onvoltooid deelwoord
lying ahead
onvoltooid verleden tijd
lay ahead
voltooid deelwoord
lain ahead
Voorbeelden
We 've got a big trip lying ahead, so we need to start planning.
We hebben een grote reis voor de boeg, dus we moeten beginnen met plannen.
02
voor ons liggen, zich voor ons bevinden
to be situated or located in front of someone or something
Voorbeelden
The winding road lay ahead, snaking its way through the lush green hills.
De kronkelende weg lag voor ons, slingerend door de weelderige groene heuvels.



























