Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to count upon
[phrase form: count]
01
rekenen op, vertrouwen op
to have confidence that someone will fulfill one's wishes or requests
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
upon
basiswerkwoord
count
tegenwoordige tijd
count upon
3e persoon enkelvoud
counts upon
onvoltooid deelwoord
counting upon
onvoltooid verleden tijd
counted upon
voltooid deelwoord
counted upon
Voorbeelden
Parents often count upon their responsible teenagers to complete chores without constant reminders.
Ouders rekenen vaak op hun verantwoordelijke tieners om klusjes te voltooien zonder constante herinneringen.
02
rekenen op, vertrouwen op
to confidently depend on something happening or being true
Voorbeelden
The success of the marketing campaign heavily depends on being able to count upon a positive response from the target audience.
Het succes van de marketingcampagne hangt sterk af van het vermogen om te rekenen op een positieve reactie van de doelgroep.



























