to count upon
count
ˈkaʊnt
kawnt
u
ə
ē
pon
pɒn
pon

Definitie en betekenis van "count upon"in het Engels

to count upon
01

rekenen op, vertrouwen op

to have confidence that someone will fulfill one's wishes or requests 
to count upon definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
upon
basiswerkwoord
count
tegenwoordige tijd
count upon
3e persoon enkelvoud
counts upon
onvoltooid deelwoord
counting upon
onvoltooid verleden tijd
counted upon
voltooid deelwoord
counted upon
Voorbeelden
The manager knew he could count upon his dedicated team to meet tight deadlines. 

De manager wist dat hij kon rekenen op zijn toegewijde team om strakke deadlines te halen.

02

rekenen op, vertrouwen op

to confidently depend on something happening or being true 
to count upon definition and meaning
Voorbeelden
Investors often count upon a steady return on their long-term investments. 

Beleggers rekenen vaak op een stabiel rendement van hun langetermijninvesteringen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store