Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to amount to
[phrase form: amount]
01
bedragen, oplopen tot
to reach a specified total when different amounts are added together
Transitive: to amount to a number
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
to
basiswerkwoord
amount
tegenwoordige tijd
amount to
3e persoon enkelvoud
amounts to
onvoltooid deelwoord
amounting to
onvoltooid verleden tijd
amounted to
voltooid deelwoord
amounted to
Voorbeelden
The contributions from various sources will amount to a significant charitable donation.
De bijdragen van verschillende bronnen zullen uitmonden in een aanzienlijke liefdadigheidsdonatie.
02
gelijkstaan aan, betekenen
to have the same meaning or effect as something else
Transitive: to amount to sth
Voorbeelden
The small act of kindness can amount to a profound impact on someone's day.
De kleine daad van vriendelijkheid kan neerkomen op een diepgaande impact op iemands dag.



























