Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to reason with
[phrase form: reason]
01
redeneren met, overtuigen
to talk to someone to convince them to act or think more rationally
Transitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
with
basiswerkwoord
reason
tegenwoordige tijd
reason with
3e persoon enkelvoud
reasons with
onvoltooid deelwoord
reasoning with
onvoltooid verleden tijd
reasoned with
voltooid deelwoord
reasoned with
Voorbeelden
He hoped to reason with his coworker to find a compromise on the project's approach.
Hij hoopte met zijn collega te redeneren om een compromis te vinden over de aanpak van het project.



























