Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to hurry up
[phrase form: hurry]
01
haast je, opschieten
to act more quickly because there is not much time
Transitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
hurry
tegenwoordige tijd
hurry up
3e persoon enkelvoud
hurries up
onvoltooid deelwoord
hurrying up
onvoltooid verleden tijd
hurried up
voltooid deelwoord
hurried up
Voorbeelden
I usually hurry up when I see the bus coming.
Ik haast me meestal als ik de bus zie aankomen.
02
haast je, versnellen
to make a particular thing such as an event, action, etc. happen faster
Voorbeelden
Can you please hurry up the report? We have a tight deadline.
Kunt u het rapport versnellen? We hebben een strakke deadline.



























