Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to wreck
01
vernietigen, verwoesten
to damage or destroy something severely
Transitive: to wreck sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
wreck
3e persoon enkelvoud
wrecks
onvoltooid deelwoord
wrecking
onvoltooid verleden tijd
wrecked
voltooid deelwoord
wrecked
Voorbeelden
Vandals attempted to wreck the playground equipment in the park.
Vandalen probeerden de speelplaatsapparatuur in het park te vernietigen.
01
ongeval, botsing
a sudden, damaging incident involving one or more vehicles
Voorbeelden
Emergency responders arrived quickly at the wreck.
Hulpverleners kwamen snel aan op de plaats van het ongeluk.
02
wrak, ruïne
someone who has suffered ruin or severe misfortune
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
wrecks
Voorbeelden
Years of stress turned him into a nervous wreck.
Jaren van stress maakten hem tot een nerveus wrak.
03
wrak, scheepswrak
a ship that has been ruined or broken apart at sea
Voorbeelden
Pirates once plundered the wreck near the island.
Piraten plunderden ooit het wrak bij het eiland.
04
wrak, ruïne
something that has been ruined, damaged, or destroyed
Voorbeelden
The project was a wreck due to mismanagement.
Het project was een wrak door wanbeheer.
05
wrak, ruïne
a building or vehicle that has been badly damaged
Voorbeelden
Fire reduced the building to a wreck.
Het vuur reduceerde het gebouw tot een wrak.
Lexicale Boom
wrecked
wrecker
wrecking
wreck



























