Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to wrap
01
inpakken, omwikkelen
to cover an object in paper, soft fabric, etc.
Transitive: to wrap sth | to wrap sth in paper or fabric
Voorbeelden
The florist expertly wrapped the bouquet in decorative paper and secured it with a bow.
De bloemist heeft het boeket vakkundig in decoratief papier verpakt en vastgemaakt met een strik.
02
wikkelen, omwikkelen
to arrange or coil something around another object
Transitive: to wrap sth around sth
Voorbeelden
The pastry chef wrapped the dough around the filling to create a delicious pastry.
De banketbakker wikkelde het deeg om de vulling om een heerlijk gebakje te maken.
03
botsen, tegen iets aan rijden
to crash a vehicle into an object that is not in motion
Transitive: to wrap a vehicle around an obstacle
Voorbeelden
The speeding motorcyclist wrapped his bike around a telephone pole.
De speedende motorrijder wikkelde zijn motor om een telefoonpaal.
02
verpakking, inpakpapier
the covering (usually paper or cellophane) in which something is wrapped
Lexicale Boom
enwrap
unwrap
wrapped
wrap



























