Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to widen
01
verbreden, verruimen
to become wider or broader in dimension, extent, or scope
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
widen
3e persoon enkelvoud
widens
onvoltooid deelwoord
widening
onvoltooid verleden tijd
widened
voltooid deelwoord
widened
Voorbeelden
The river widens as it flows towards the sea.
De rivier wordt breder terwijl hij naar de zee stroomt.
02
verbreden, verruimen
to make something broader or larger in extent or scope
Transitive: to widen a surface or passage
Voorbeelden
The city council decided to widen the road to accommodate increasing traffic flow.
De gemeenteraad besloot om de weg te verbreden om de toenemende verkeersstroom te accommoderen.
03
verbreden, vergroten
to adjust or alter clothes to a larger size to accommodate changes in body size or shape
Transitive: to widen clothes
Voorbeelden
The tailor widened the waistband of the trousers to provide a more comfortable fit for the client.
De kleermaker verbreedde de tailleband van de broek om een comfortabelere pasvorm voor de klant te bieden.
04
verbreden, uitbreiden
to expand or broaden something in scope, range, or area
Transitive: to widen sth
Voorbeelden
The company plans to widen its market reach by expanding into new territories.
Het bedrijf van plan is om zijn marktreikwijdte te verbreden door uit te breiden naar nieuwe gebieden.
Lexicale Boom
widening
widen



























