Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Blotch
01
vlek, smet
a stain that stands out from its surroundings, often uneven or discolored
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
blotches
Voorbeelden
She noticed a strange blotch on the wall near the ceiling.
Ze merkte een vreemde vlek op de muur bij het plafond op.
to blotch
01
bevlekken, vlekken maken
to stain something, usually a surface, with a large, irregularly shaped discoloration or blemish
Transitive: to blotch a surface or fabric
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
blotch
3e persoon enkelvoud
blotches
onvoltooid deelwoord
blotching
onvoltooid verleden tijd
blotched
voltooid deelwoord
blotched
Voorbeelden
The painter was careful not to let the paintbrush slip and blotch the canvas.
De schilder was voorzichtig om niet te laten uitglijden van de kwast en het doek te bevlekken.
Lexicale Boom
blotchy
blotch



























