Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to wag
01
kwispelen, zwaaien
to move repeatedly from side to side, often in a rhythmic or playful manner
Transitive: to wag sth
Voorbeelden
The fox wagged its ears as it listened for the rustle of prey in the bushes.
De vos bewoog zijn oren terwijl hij luisterde naar het geritsel van prooi in de struiken.
01
grapjas, gekken
a witty amusing person who makes jokes
02
kwispelen, wiebelen
causing to move repeatedly from side to side
Lexicale Boom
wager
wag



























