Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to vie
01
wedijveren, concurreren
to intensely compete with another person in order to achieve something
Intransitive: to vie for an achievement
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
vie
3e persoon enkelvoud
vies
onvoltooid deelwoord
vying
onvoltooid verleden tijd
vied
voltooid deelwoord
vied
Voorbeelden
Students may vie for top honors in academic competitions, showcasing their knowledge.
Studenten kunnen wedijveren voor de hoogste eer in academische wedstrijden, waarbij ze hun kennis tonen.



























