Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to usher in
01
aankondigen, het begin inluiden van
to indicate that something is about to happen
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
in
basiswerkwoord
usher
tegenwoordige tijd
usher in
3e persoon enkelvoud
ushers in
onvoltooid deelwoord
ushering in
onvoltooid verleden tijd
ushered in
voltooid deelwoord
ushered in
Voorbeelden
The changing colors of the leaves ushered in the beauty of the fall season.
De veranderende kleuren van de bladeren kondigden de schoonheid van het herfstseizoen aan.
usher in
01
treurig, zonder vreugde
in a joyless manner; without joy
grammaticale informatie



























